Een antropologische blik op het boerenbestaan

Antropologen doen uitspraken van binnenuit. Hun kwaliteit zit in het vermogen zaken in een context te plaatsen, het specifieke te abstraheren en het algemene als bijzonder te duiden. Dat is ook de meerwaarde van etnografisch onderzoek. Onderdompeling in een cultuur, een setting, een filosofie of overtuiging en van daaruit kritisch zijn en vraagtekens plaatsen. Ik ben opgegroeid op het platteland, omringd door veehouderijen en opgevoed door mensen met passie voor hun vak en verstand van zaken. Vanuit deze achtergrond wil ik als antropoloog algemene kwesties onderzoeken en aparte casussen veralgemeniseren in de vorm van een serie over het boerenbedrijf, waarvan deze bijdrage de tweede is.

Deel 2: Politieke mest

Ik bevond mij op de onvolprezen boerderij van mijn vader, in Overijssel. Na een kort bezoek aan het nabijgelegen dorpscentrum, zie ik bij het naderen van mijn ouderlijk huis een heuse hoeder van de wet op ‘ons’ erf staan. Jawel, een motormuis. Inclusief fluorescerende strepen en een indrukwekkend witte vehikel. Mijn moeder begint zenuwachtig te lachen en geeft aan dat ze het bezoek al een tijd verwachtte. “Maar het kan financieel nog steeds uit,” zegt ze, “een boete is nog steeds vele malen goedkoper dan het naar de mestkelder te brengen” (zie Deel 1: Economische mest in deze serie). Het begint me te dagen wat er aan de hand is. Mijn vader heeft, illegaal, mest uitgereden met de giertank.

In Nederland mag mest alleen over het land worden uitgereden met een zodenbemester. Laatstgenoemde injecteert de mest in de zoden (ja, ja, best logische naam), in plaats van het land bovengronds te bemesten, zoals de giertank doet. Deze laatste optie is per wet verboden, vanwege de schadelijke stoffen die erbij zouden vrij komen. Injecteren daarentegen, zou minder schadelijk zijn voor het milieu. Boeren die zelf geen zodenbemester hebben (omdat het voor een ondernemer met een kleine veehouderij financieel niet haalbaar is een zodenbemester aan te schaffen), laten hun mest injecteren door een derde.

Soms, wanneer de koeien bijna tot hun knieën in hun eigen uitwerpselen staan en het loonbedrijf te druk is om je (letterlijk) uit de stront te helpen, kan het wel eens handig zijn om een klein vrachtje mest met de giertank over het land uit te rijden. Vervolgens kun je je weer richten op de strikte naleving van de wet. Mijn vader bevond zich nog in de zogenoemde situatie van voor de strikte naleving toen hij gezien werd door oom agent. Met zijn groteske voorkomen op dat vreedzame erfje waar ik vroeger met mijn driewieler in de weer was, riep de agent mijn vader tot de orde en dreigde met een waanzinnig hoge boete, tot mijn vader, tot schrik van de beste man, de discussie aan ging.

De wetgeving staat namelijk in schril contrast met de voorgeschreven mesthuishouding in Duitsland: het injecteren van mest is verboden en het bovengronds uitrijden van mest verplicht. Dit omdat de zodenbemester de nesten van weidevogels vernield en het injecteren het grondwater vervuilt. Nog geen 50 kilometer verderop zijn er dus boeren ter bescherming van hetzelfde milieu als waarvoor boeren in Nederland een buiten proportionele boete riskeren, de mest bovengronds aan het uitrijden.

Grondwater laat zich echter niet leiden door landsgrenzen dus inmiddels zijn er meerdere gevallen bekend van Nederlandse boeren die hun zaak lieten voorkomen bij de rechter. Deze merkte de boeren wel aan als overtreders van de wet, maar er werd vervolgens geen straf opgelegd of er werd strafvermindering toegepast, omdat een en ander inhoudelijk nauwelijks hard te maken viel. Ook in het geval van mijn vader droop de agent af, blijkbaar op zijn klompen wel aanvoelend dat hij inhoudelijk geen sterk punt had. Het bleef bij “een waarschuwing” zo deelde mijn vader later mee.

Bovenstaande anekdote is naast vrij grappig om mee te maken, natuurlijk vooral erg triest. Zeker gezien het feit dat ik in deel 1 in deze serie heb laten zien hoe twijfelachtig mest vanuit een economisch gezichtspunt kan worden benaderd. Er bestaat ook nog een sociale component van mest, die ik de volgende keer inzichtelijk zal maken. Met mest als uitgangspunt doe ik als antropoloog uitspraken van binnenuit. Dit is waar Nederlandse boeren tegenaan lopen in hun dagelijkse werk. En dan hebben we het alleen nog maar over mest. Denk je eens in wat veel zwaarder wegende kwesties zoals bijvoorbeeld de wederom aan de kaak gestelde uitbraak van Vogelgriep met het boerenbestaan doet…

Boekenlegger op de permalink.

One Comment

  1. Pingback:EEN ANTROPOLOGISCHE BLIK OP HET BOERENBESTAAN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *