Monique Tekstra van Lochem is kinderboekenschrijfster en antropologe. Op 21 mei brengt zij haar kinderboek, getiteld ‘Hé, wie ben jij?’ uit. Zij wil ouder en kind inspireren door ze te laten kennismaken met culturen en en diversiteit van over de hele wereld. Hilde Beune, redacteur bij de Antropologen Beroepsvereniging, interviewde haar.

Auteur: Hilde Beune

Monique studeerde culturele antropologie ‘‘in de vorige eeuw’’. Ze begon in 1999 aan de Universiteit Leiden en studeerde af in 2004, op een onderzoek naar het leven van kinderen in een Tibetaans Boeddhistisch klooster in India. Onderzoek doen naar kinderen is niet heel  gebruikelijk, vertelt ze.

Moniques fascinatie voor Tibet begon al voor de middelbare school. Monique: ‘‘Ik zat op een christelijke basisschool en ik had niet zoveel met het beeld van God wat daar werd geschetst. Ik kon daar niet zo veel mee. Op de middelbare school kreeg ik het vak levensbeschouwing, waarbij de vijf grote godsdiensten werden onderwezen. Een van die wereldgodsdiensten was het boeddhisme en die hadden geen god. Ik dacht: nou, dat is handig! Ik was toen veertien en ben daar meer over gaan lezen.’’

Kinderen

Kinderen hebben voor de schrijfster altijd een belangrijke rol gespeeld. Haar zusje is 12,5 jaar jonger dan zij, dus toen Monique naar de middelbare school ging had het gezin een baby thuis. Ook werkte zij tijdens haar studie op een kinderdagverblijf. ‘‘Ik merkte dat de manier waarop kinderen naar de wereld kijken zo open is, met zoveel nieuwsgierigheid en vooral onbevooroordeeld. Dat is iets wat ik bij kinderen altijd heel mooi heb gevonden.’’ 

Monique vertelt verder: ‘‘Ik vind het heel belangrijk om kinderen meer te leren over andere culturen, juist omdat zij daar op jonge leeftijd zo open naar kijken. Daar zijn zij dan ook heel ontvankelijk voor. Ik geloof dat als je kinderen op een zo jong mogelijke leeftijd al introduceert aan verschillende culturen of verschillende levenswijzen, dat ze dat meenemen in de rest van hun leven en dus al op jonge leeftijd leren hoe het ook kan.’’ 

Monique vertelt dat zij vanaf groep 4 al mensen tekende van over de hele wereld. ‘‘Ik heb altijd al willen weten: waarom leven mensen in andere delen van de wereld zoals ze leven? Dat was mijn grote motivatie om antropologie te gaan studeren. Dat is echt antropologie, dat is waar het over gaat.’’ 

Veldwerk in Tibet

Moniques voorliefde voor kinderen en Tibet kwamen samen tijdens haar onderzoek in een Tibetaans Boeddhistisch klooster in Zuid-India, in haar laatste studiejaar. Er waren al veel verhalen bekend van de zogenoemde Tulkus, ofwel reïncarnaties, waar de Dalai Lama de grootste en bekendste van is, maar weinig over de ‘gewone’ monniken. ‘‘Er zijn gigantisch veel Tibetaanse monniken en dat zijn echt niet allemaal reïncarnaties van bekende lama’s.’’ Daar wilde Monique onderzoek naar doen. Daarbij zijn er veel kinderen die al op jonge leeftijd naar het klooster vertrekken en in het klooster gaan wonen. “Ik was heel benieuwd hoe kinderen hun leven daar ervaren, daar was nog maar weinig over bekend.”

Monique deed vier en een halve maand onderzoek in een klooster in Zuid-India, waar vijfduizend monniken* woonden. Monique wilde vooral meer weten over wat kinderen vonden van hun leven daar:  “Ik heb de kinderen gesproken en hen tekeningen laten maken, de klassen geïnterviewd en heel veel individuele interviews met de kinderen, mensen in de omgeving, een aantal ouders die aanwezig waren en leraren gehad. Daarop ben ik afgestudeerd.’’

Menselijke verhalen
Hilde: “Toen had je dus contact gehad met kinderen, heeft dat je geïnspireerd voor de boeken?” Monique: ‘‘Ja, ik werkte naast mijn studie al op een kinderdagverblijf. Ik wilde kinderen wat leren over iets wat ik al op de wereld had gezien en de prachtige diversiteit van mensen die er is. In 2009 kreeg ik zelf kinderen, eerst een dochter en in 2011 een zoon. Ook hen wilde ik graag vertellen over wat ik had meegemaakt. De reizen door Nepal en Tibet en de perioode in het klooster hebben echt een heel warme plek in mijn hart. Ik zocht naar manieren van vertellen en ging op zoek naar kinderboeken over de landen waar ik was geweest en bovenal: over de mensen. Mensen zijn zo interessant, dat hoef ik aan antropologen natuurlijk niet te vertellen.’’ In haar zoektocht naar kinderboeken over Azië, Afrika en Zuid-Amerika vond zij talloze dierenverhalen, maar weinig mensgerelateerde verhalen: ‘‘Dan gaat het over een onhandige aap of een slordige olifant of over een tijger, het gaat heel vaak niet over mensen.’’ Op giraffen in boeken is Monique snel uitgekeken, maar mensen vervelen haar nooit, grapt ze.

Cultuur proeven in een kinderboek

Monique merkt op: ‘‘Ik wil wel zeggen, er is nu meer inclusiviteit en diversiteit in kinderboeken op te merken, maar toen, tien tot twaalf jaar geleden, was dit echt minder.’’ Over Tibet kon zij geen enkel kinderboek vinden. ‘‘Dus ik dacht, als het er niet is, ga ik het zelf schrijven!’’ Monique heeft de verhalen van de kinderen die zij heeft geïnterviewd in het klooster in het boek gebundeld tot één persoon. In het boek wordt kort samengevat wat het Boeddhisme inhoudt. ‘‘Het is een beetje proeven aan een cultuur, maar het is vooral ook een leuk voorleesverhaal. Op die manier kon ik mijn kinderen een beetje vertellen hoe het voor mij was geweest in het klooster, hoe ik had geleefd en hoe het is om daar te leven’’.

Tenzin

Veel kinderen die in het klooster komen, krijgen een nieuwe ‘klooster’naam en heel veel van hen worden vernoemd naar de Dalai Lama. De Dalai Lama heet eigenlijk Tenzin Gyatso Voor de schrijfster was het heel logisch dat haar hoofdpersoon van haar eerste kinderboek Tenzin zou heten: ‘‘Dat vat ook gelijk alle kinderen samen.’’ Het verhaal in ‘Tenzin viert feest’ is geschreven voor jonge kinderen vanaf drie jaar. In het boek beleef en leer je als lezer over Tenzin en de reis die hij heeft gemaakt. ‘‘Het is allemaal heel kort en bondig, want ik heb niet de illusie dat je kinderen de cultuur helemaal kunt uitleggen in een kinderboek. Wij als volwassenen snappen het soms niet eens, al zit je er jaren’

‘Hé, wie ben jij?’

Monique vindt het fijn haar creativiteit kwijt te kunnen in haar schrijfwerk, evenals het bezig zijn met haar vak antropologie. ‘‘Wat jij net ook zei, het valt niet mee om een baan te vinden als antropoloog. Dus dat was voor mij ook iets, ik heb daar heel erg naar gezocht. Ik ben uiteindelijk een gastouderbureau begonnen, daar werk ik ook met mensen zeg ik dan. Ik miste in dit werk wel de culturele diversiteit en het inhoudelijk bezig zijn met cultuur. Daarover nadenkende begonnen de ideeën wel te stromen.’’ We kunnen dus ons hart ophouden voor nog meer werk van Monique: ‘‘Ik ben toen veel meer gaan schrijven en nu komt in mei mijn nieuwste boek uit’’. 

In Monique’s nieuwe boek staan twintig kinderen uit twintig verschillende culturen centraal. Zij nemen  je aan de hand door hun leven. In het komende boek ‘Hé, wie ben jij?’ staan veel illustraties die worden toegelicht met korte teksten. ‘‘Kinderen kunnen hierdoor bijvoorbeeld een beeld krijgen van welke feesten Mohammed viert en welke feesten er worden gevierd aan de andere kant van de wereld die wij hier misschien ook wel vieren. Maar ook over andere aspecten: wat eten kinderen in andere delen van de wereld, in wat voor huizen wonen ze?’’ In het boek bevindt zich op iedere pagina een wereldkaart waarop kinderen op verschillende plekken in de wereld staan. Monique heeft de exacte locaties bewust niet genoemd: ‘‘Je kunt elk kind wel relateren aan een werelddeel, maar jonge kinderen hebben geen flauw idee waar welk land ligt en dat doet er ook helemaal niet toe. Bovendien woont een Mohammed niet alleen in Marokko, maar ook gewoon om de hoek.”

Het boek laat kinderen echt ontdekken, door te proeven van culturen en hen te leren hoe kinderen op verschillende plekken in de wereld leven. Een mooi detail: op elke wereldkaart is een klein spiegeltje te zien, zodat wanneer een kind in het boek kijkt, hij of zij zichzelf in het spiegeltje ziet temidden van alle kinderen op de wereldkaart. Hilde: ‘‘Wat een tof idee!’’ Monique: ‘‘Ja, vond ik zelf ook! Het is een heel groot formaat boek en dan zien kinderen zichzelf ook echt te midden van al die andere kinderen. Dat is vooral een gevoel dat ik wil meegeven: dat ze zich realiseren dat ook zij deel uit maken van die waanzinnige diversiteit die er in de wereld is’’. 

Een boek voor kinderen én volwassenen

Naast dat zij met dit boek kinderen iets wil leren over diversiteit in de wereld, gebruiken en dingen die kinderen doen, heeft de schrijfster nog een andere hoop: ‘‘Ik hoop dat volwassenen die met een kind meekijken in het boek en de teksten lezen, daarover ook echt met hun kind in gesprek gaan. Zo leren volwassenen hopelijk wat vaker te kijken door de ogen van het kind. Een kind ziet echt een mens en volwassenen blijven heel vaak hangen op uiterlijkheden.” Hilde: “Kinderen kunnen wel zien: hé die heeft gek, krullend haar!” Monique: ‘‘Dat kan, maar ‘gek’ wordt vaak niet door kinderen gezegd. Ze zien dan wel verschillen, maar kinderen stoppen daar niet. Ze zien ook dat een kindje dat er misschien anders uitziet ook gewoon van autootjes houdt.’’ 

Monique: ‘‘Wij reizen elke zomervakantie ver weg met onze kinderen voor een week of vijf: dat is het voordeel van zelfstandig ondernemen. Ik wil ook echt graag met mijn kinderen de wereld ontdekken. Dan zie je ook dat kinderen nieuwsgierig en open al die indrukken in zich opnemen, nieuw en vers. Ik heb daar zelf heel veel van geleerd toen ik met mijn kinderen ging reizen.’’ Monique vertelt over haar dochter en diens beste vriendinnetje. ‘‘Mijn dochter lijkt op mij: ze heeft een witte huid en blonde haren. Haar beste vriendinnetje heeft zwart haar, een bruine huid en is half-surinaams. Die meiden hebben elkaar ontmoet toen ze 1 jaar waren en die hebben echt vanaf dag één met volle overtuiging geroepen dat ze tweeling zijn. Alle volwassenen zag je dan een beetje gniffelen en denken: ja ja, tweeling dat kan helemaal niet.’’ ‘‘Maar de meiden keken verder dan uiterlijke verschillen. Dat heeft mij echt getriggerd en geïnspireerd om op een andere manier weer naar de wereld te kijken. Ik geloof ook echt dat als wij als volwassenen zo meer naar de wereld kijken dat de wereld echt een beetje mooier is, maar dat is dan een beetje de geitenwollensokken antropoloog en idealist die erachter zit. Toch hoop ik met mijn boek te bereiken dat volwassenen kunnen leren van de gesprekken met hun kinderen en anders naar de wereld gaan kijken. Opener, nieuwsgieriger, respectvoller en bovendien oordeellozer. 

Uitgave 

Een uitgeverij vinden was lastig voor de schrijfster, dus besloot Monique haar boek zelf uit te geven via haar eigen uitgeverij, Antropokids. Op deze manier kan de antropologische kinderboekenschrijfster op haar eigen gevoel en ideeën afgaan zonder druk en belangen vanuit grote uitgeverijen en de bijkomende commercie: “Dit is iets waar ik jaren heel hard aan heb gewerkt en ik wil ook dat het met die energie de wereld in gaat.’’  “De opbrengsten van een boek zijn niet iets om over naar huis te schrijven, maar ik vond gewoon dat dit boek er moest komen!”

Het boek

Monique doet in het boek suggesties om met hun kind verder in gesprek te gaan over dat wat ze zien. ‘‘Er staan illustraties in met uitleg, dit is de basis. Daarnaast zijn kaders te zien en een wereldkaart met extra vragen die je kunt stellen aan je kind. Daarvan hoop ik dat er bij ouders of begeleiders, wanneer zij die op een open manier aan hun kind stellen, ook een andere kijk ontstaat. Ik hoop dat ze in ieder geval leren hoe het kind naar de wereld kijkt. Kinderen kijken veel meer, veel positiever.’’ 

Het kinderboek ‘Hé, wie ben jij?’ komt 21 mei uit en is te bestellen via hewiebenjij.nl. Monique’s overige kinderboeken zijn verkrijgbaar via antropokids.nl.


*Monniken zijn altijd mannelijk. Bij vrouwelijke kloosterlingen heb je het over nonnen.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *